Schrödinger’s cat playing football

Schrödinger’s cat playing football

Schrödinger's experiment preparation

To put it simple: A football referee is someone who decides if Schrödinger’s cat is alive or dead.

Team A sees a blatant attack on their player and cries for a penalty.
Team B sees nothing special.

Like Schrödinger’s cat, both parties are 100% right until the observer looks into the box.

In our football case, the referee is obliged by his/her role to do so and must decide: Penalty or Schwalbe.

Whatever decision this ‘neutral observer’ takes, one team will be angry, even furious, and disagreeing. The referee is neutral by definition, so his/her observation of the status of the cat at that moment, for that specific action (e.g. dead) is valid for everybody.

But what when Team A intentionally faked the error, and fooled the referee? The cat was actually alive, but they make it appear dead towards the referee.

Should Team B be mad at the ‘observer’, or should they be mad at Team A for their lack of fair-play? It is often the former (with additional yellow cards for Team B for arguing) although the latter would make more sense to me.

In any case, the neutral observer played his or her part and decided the cat was dead, so it is dead. Period. What is the logic of spending minutes, or even hours for some on the side lines, discussing that the cat was still alive according to them?

Football has and always will be a sport with passion, high running emotions and whether or not processed frustrations. All these aspects blur the objectivity and rational view of many players, not to mention supporters. Still, a neutral observer must be present and assume the responsibilities to open the boxes. Let’s just accept that fact and the decisions taken.

Funny that people tend to forget that no football game would last more than 5 minutes without a referee, ‘good’ or ‘bad’, depending if you are supporter for Team A or Team B.

Martin
Football player N°24 at De Goldenboys MTSA (ex-SNAS)
One-time referee (2011)

NGData pitches continues

MvanWunnik:

My WK1model presentation (in a minimalist way) at bigdata.be’s 20th meetup on 22/1/2014 in Ghent (NG Data’s offices)

Originally posted on Abdelkrim... yes it's me:

Datylon is a cloud-based platform for designers, developers and data analysts who want to easily create and manage interactive infographics.

image

WK1 Model by Martin more on http://www.wk1model.com

image

http://bigboards.io a modular cluster that sits on your desk!

image

Datablend, Big data simplified.

image

View original

“Verloren in een oceaan van documenten”

De CFO van iMinds haalt opgelucht adem. Zijn organisatie beheert nu heel uiteenlopende projecten via een open source collaboratieplatform.

iMinds, het voormalige IBBT, werd door de Vlaamse overheid opgericht in 2004 als een onafhankelijke onderzoeksinstelling. Het doel: een antwoord bieden op de toenmalige dotcom-crash door het ondersteunen van innovatieve softwareprojecten en start-ups. Mede door de complexiteit van de onderliggende structuren, het grote aantal projecten en partners, en de inzet van zowel interne als externe medewerkers, werden tal van niet-geïntegreerde projectmanagement- en collaboratietools gebruikt. Twee jaar geleden besliste iMinds dat het moment was aangebroken voor vereenvoudiging.

Via een beheerovereenkomst krijgt iMinds een jaarlijkse dotatie van 26 miljoen euro van de Vlaamse overheid. Als virtuele paraplu-associatie over de vijf Vlaamse universiteiten heen gebruikt iMinds dat budget voor zowel research- als venturingactiviteiten, samen met hun interne en externe onderzoekers alsook industriële partners. Daarnaast zorgen extra onderzoeksinkomsten vanwege onder meer de Europese Commissie ervoor dat de jaarlijkse omzet rond de 40 miljoen euro schommelt. Elke opdrachtgever verwacht een specifieke rapportering volgens periodieke KPI’s.

Projectenbusiness

Voor de onderzoeksactiviteiten worden projecten uitgeschreven, wat quasi altijd in samenwerking met de industrie gebeurt. Drie kwart ervan is vraaggedreven met het oog op een commercieel product binnen drie à vijf jaar. Daarnaast doet iMinds onder eigen naam ook enkele strategische onderzoeksprojecten met een looptijd van meer dan vijf jaar.

Het vertalen van de onderzoeksresultaten naar een daadwerkelijke economische activiteit gebeurt onder de noemer ‘venturing’. Dat behelst onder meer het ‘pre-seed’ financieren van start-ups tot een bedrag van 50.000 euro volgens welbepaalde criteria. Met die incubatiewerking, gecombineerd met gespecialiseerde opleidingen en entrepreneurship-events, assisteert iMinds start-ups bij het realiseren van een prototype, pilootproject of proof of concept.

iMinds zat van meet af aan met een sterk groeiend aantal projecten, vaak onder de vorm van consortia of samenwerkingsverbanden. Een gemiddeld project bevat twee tot vijf industriële partners, met twee tot vijf academische onderzoeksinstellingen. Dat zorgt dus gemiddeld voor een tiental legale entiteiten, met elk vier à vijf medewerkers, over een periode van minstens een tweetal jaren. Binnen de pool van een duizendtal onderzoekers verbonden aan de universiteiten kan bovendien iedere onderzoeker werken op meer dan één project.

Zoektocht naar deliverables

Zo’n exponentieel groeiende omgeving vereist een deftige administratie. Helaas werd er onvoldoende uniformiteit opgelegd bij het begin van de activiteiten. Men zat dus op korte termijn met tal van eigen of exotische projectmanagementtools, al dan niet gratis van het internet geplukt. Parallelle contractmanagement-werelden gaven elk een uniek overzicht van de deliverables, de rechten en verplichtingen van de partners, de namen en contactgegevens van de interne en externe medewerkers, de bijbehorende kostentoewijzingen enzovoort.

Gegevens werden ook soms in de cloud opgeslagen, met een moeilijke zoektocht naar de deliverables na het einde van het project wanneer het consortium ontbonden was en de medewerkers naar andere projecten of oorden waren vertrokken.

Alfresco

Los van de zuivere productiviteitskwestie was die verscheidenheid aan systemen uiteraard niet ideaal voor de rapporteringseisen van de organisatie. De Vlaamse overheid en andere budgetverstrekkers weten immers graag welke activiteiten met hun respectieve dotaties worden gefinancierd. Sommigen hebben daarbij contractueel het recht om audits ter plaatse uit te voeren. Tevens was er de roep naar uniformiteit vanuit de marketingafdeling voor een betere identificatie en opvolging van alle stakeholders (personen, vennootschappen, universiteiten, organisaties …).

In 2010 werd besloten een unieke documentmanagement-omgeving te creëren evenals een minder rigide wiki/discussie-omgeving voor de gebruikers die op een project moeten samenwerken. Ten slotte moest het platform ook een agenda-functionaliteit bevatten, geïntegreerd met de kalenderfunctie van het mailprogramma van de gebruikers (onder meer Gmail).

Uit de shortlist van drie kandidaten werd de Amerikaanse open source oplossing Alfresco gekozen, geboren uit de minds van ex-Documentum-medewerkers.

Persoonlijke dashboards

Op dit moment zijn er 250 projecten op het Alfresco-systeem geregistreerd, met een 600-tal individuele gebruikers. Ze hebben hun eigen profiel en kunnen via het internet veilig inloggen. Elke gebruiker beschikt over zijn eigen projectdashboard met uiteraard zijn eigen projecten, workpackages, taken, agenda, activiteiten en documenten. Met uitzondering van specifieke projecten waarvoor de structuur vast gedefinieerd is in de originele project proposal (bv. bij ICON), worden de documenten opgeslagen en getoond in een zelf te kiezen hiërarchische structuur, met eigen gedefinieerde toegangsregels.

Aan het Alfresco-systeem werden ook specifieke iMinds-functionaliteiten toegevoegd, zoals het automatisch doormailen van documenten naar de projectfinancier, als de gebruiker een document als ‘finaal opgeleverd’ aanvinkt, of het automatisch online publiceren van een deliverable op de iMinds-website, zodra een document als publishable wordt gedefinieerd.

Het spreekt voor zich dat het Alfresco-platform de collaboratie binnen hetzelfde project, maar ook over verschillende projecten heen sterk heeft verbeterd. Als iMinds de coördinator van een Europees onderzoeksproject is (wat specifieke audit- en financiële verplichtingen met zich meebrengt), wordt vaak MyMinds als document- en collaboratietool voorgesteld aan de projectpartners. “We hebben geen winstgevende doelstelling met onze tool, maar schuwen uiteraard niet de mooie reclame en visibiliteit door het in vele projecten te gebruiken”, aldus Kenny Willems, CFO van iMinds.

Interactie met ERP

Een collaboratieplatform kan per definitie niet volledig geïsoleerd draaien. Bij iMinds zijn er interacties in twee richtingen met het ERP-systeem van Unit4. Bijvoorbeeld budgetgegevens per workpackage worden vanuit Unit4 naar Alfresco gestuurd, terwijl in de andere richting een Unit4-gebruiker documenten kan ophalen uit Alfresco. Kenny Willems verduidelijkt: “Bij het autoriseren van de eerste storting van financiële middelen naar alle projectpartners was het soms een hassle om te weten of alle 25 contractanten wel degelijk het contract hadden getekend. Nu kan dat snel en in één oogopslag geverifieerd worden.” De interacties werken op een soepele, rechtstreekse en transparante wijze: de eindgebruiker merkt niet uit welk systeem de informatie komt.

Sinds de invoering van MyMinds beschikt de marketingafdeling van iMinds over betere basisgegevens voor gerichte e-mailacties die via het Salesforce CRM-systeem verlopen. Het is nu veel gemakkelijker om op basis van specifieke zoekcriteria te weten naar wie er promotie voor een specifiek iMinds-event gestuurd moet worden. Voorheen werden telkens alle klanten en partners aangeschreven, met het risico dat dat op den duur als spam werd beschouwd.

Door een goede controle over de scope, technische aspecten en strikt projectmanagement is er weinig misgegaan tijdens de implementatie van Alfresco. “We hebben een behoefte-inventaris laten opmaken, waarbij de iMinds-onderzoekers nauw betrokken waren”, vertelt Kenny Willems. De implementatiefase was duidelijk gebruikersgestuurd: eventuele suggesties van de sleutelgebruikers werden geëvalueerd en geïmplementeerd als de toegevoegde waarde voor de finale gebruikers positief werd ingeschat, zonder in de val van nice-to-have te trappen. Na de implementatie van MyMinds werd ook een feedbacktoepassing toegevoegd, waardoor gebruikers op continue basis bijkomende suggesties ter verbetering van de tool kunnen blijven doorsturen.

What’s next?

“Ik heb geen ROI van alle ontwikkelingen tot dusver berekend,” zegt Kenny Willems, “maar de investering is in ons geval een no-brainer geweest.” Voor de verdere ontwikkeling van het MyMinds-platform zelf ziet Kenny Willems de toekomst in kleine, graduele functionele verbeteringen, onder meer op basis van de continue stroom aan verbeteringssuggesties van de gebruikers.

Dé uitdaging voor de toekomst ligt nu in het opzetten van een flexibele rapporteringsomgeving boven op de drie belangrijkste operationele bronsystemen van iMinds: het Agresso ERP-pakket van Unit4, het Salesforce CRM-systeem en het collaboratie- en documentmanagement-platform MyMinds op Alfresco. “Elk systeem omvat nu een stuk van de informatie over een project. Met behulp van geëigende BI-tools willen we in de toekomst een coherente en volledige follow-up en rapportering mogelijk maken over alle aspecten van onze projecten”, aldus Kenny Willems.

-/-

Martin van Wunnik – FD Magazine n°80, 2013

pdf versie:  http://www.slideshare.net/MvanWunnik/verloren-in-een-oceaan-van-documenten

“Open source: een bende losgeslagen nerds…?”

Nerdy

Het blijft voor vele CFO’s een knelvraag: Durf ik te kiezen voor een open source software oplossing, of hou ik het liever bij zogenoemde “proprietary software“ ?

Sommigen associeren open source alternatieven nog steeds met een bende losgeslagen “nerds” die na hun uren een stukje software in elkaar knutselen. Aanvullend gaan gebruikers dan nadien hun eigen functionaliteiten daar links en rechts aan toevoegen. Daar kan men toch geen onderneming op laten draaien, zeker niet voor cruciale bedrijfsprocessen ?!

Daarnaast hebben gesloten, op licentie-gebaseerde systemen een aura van professionalisme en een imago van langetermijn-stabiliteit. Wat destijds over hardware aankopen werd gezegd, “Nobody ever got fired for buying IBM”, wordt ook op software toegepast. Hoewel dat meestal niet de goedkoopste oplossing is.

Is de situatie anno 2013 geëvolueerd?

Om die vraag te beantwoorden schetsen we ter illustratie kort twee voorbeelden aanhalen.

Enerzijds zijn er de “nerds” van Drupal, een open source software oplossing voor webontwikkeling van de Belg Dries Buytaert. Die “nerds” waren met 3.300 op hun laatste conferentie. Onder meer het Witte Huis, tal van Amerikaanse en andere overheidsinstantie zijn gerenomeerde en tevreden klanten. Zij vertrouwen Drupal voor de ontwikkeling van hun website omgevingen en hun bijbehorende cruciale bedrijfsprocessen.

Anderzijds zijn nogal wat bekende en befaamde aanbieders van “proprietary software“ simpelweg van het toneel verdwenen, vaak als gevolg van een overname. Frango, dé specialist in consolidatie software, werd eerst overgenomen door Cognos, dat dan nadien zelf werd overgenomen door IBM. Zoals vaak werden de klanten van het eerste uur onder druk gezet (bv. met prijszetting en stopzetting van support activiteiten) om over te stappen naar de nieuwere versie, weliswaar en gelukkig met behoud van de historische- en structurele basisgegevens. Zulke upgrades vergen quasi altijd interne en extern aangekochte inspanningen om de originele procedures, output-documenten en eventuele interfaces van/naar andere pakketen te kunnen behouden, of zo min mogelijk te moeten aanpassen.

Het wordt dus misschien stilaan tijd voor de CFO’s om hun historische negatieve veronderstellingen los te laten en open source oplossingen toe te voegen aan hun long- en shortlist van kandidaten?

-/-

Martin van Wunnik – FD Magazine n°80, 2013

pdf versie: http://www.slideshare.net/MvanWunnik/losgeslagennerds

“eDebex: Flexibel platform voor facturenhandel”

Twee ondernemers testen een elektronische marktplaats waar bedrijven openstaande facturen te koop kunnen aanbieden.

Xavier Corman, David Van Der Looven en een paar andere partners bouwen aan eDebex.com, een elektronsich platform  voor het verhandelen van verkoopfacturen. Ondernemingen zouden op die manier op korte termijn hun openstaande, niet-vervallen vorderingen kunnen omzetten in contant geld.

Xavier Corman is een ervaren parttime CFO, actief op de Belgische markt voor zowel start-ups, entrepreneurs als kmo’s. Na zijn zoveelste ontmoeting met een onderneming in een lastige kassituatie wegens geblokkeerde cash bij hun klanten, zette hij eind 2012 concrete stappen voor de uitbouw van een alternatieve oplossing.

Om lastige discussies te vermijden en een kwaliteitsgarantie te bieden, besloot Xavier Corman zijn oplossing alleen uit te werken voor de niet-vervallen, onbetwiste facturen. Er wordt aan de uiteindelijke klant gevraagd om desbetreffende factuur expliciet te aanvaarden en te valideren. De ondernemingen hebben geen enkele verplichting om al hun openstaande facturen aan te bieden op de marktplaats. Ze kunnen zich beperken tot uitzonderlijke gevallen op gepaste momenten.

Om een economische transactie te realiseren zijn er twee partijen nodig. Aan de ene kant hebben we dus ondernemingen met hun klantenvorderingen. Aan de andere kant zocht, en vond, Xavier Corman verschillende types investeerders die in het systeem wilden stappen.

Kosten

Quasi elke economische transactie heeft een inherente kost en dat is ook hier het geval. Naast de korting voor de aankoper, die volledig ten laste ligt van de verkoper, is de aangerekende frictiekost uiteraard een inkomen voor de marktplaats zelve, ter financiering van de ontwikkeling, het onderhoud en de optimalistie van het platform.

In samenwerking met professor Hughes Pirotte van de Zwitserse risicospecialist FinMetrics en Solvay Brussels School of Economics & Management werd het onderliggende kostenalgoritme gedefinieerd. De gebruikte criteria daarbij zijn: bedrag, vervaldatum, activiteitensector en risico-rating van de onderneming.

Die kost wordt dus voor elke transactie individueel bepaald. Om een flexibele oplossing te bieden aan potentiële deelnemers, is dit de enige kost en zijn er geen langetermijnverplichtingen of periodieke abonnementen.

Zowel het aanbieden als het bekijken van de aangeleverde klantenvorderingen gebeurt op een anonieme wijze. In die verkennende fase, met eigen filterdefinities, is er geen mogelijkheid om de identiteit van de andere marktspelers, zowel ondernemingen als investeerders, te achterhalen. Pas zodra een investeerder een klantenvordering daadwerkelijk koopt, zijn de gegevens van desbetreffende onderneming voor hem zichtbaar.

Boekhoudkundig is de opzet van deze oplossing voor de deelnemende ondernemingen vergelijkbaar met een combinatie van financiële korting, waardevermindering en een overdracht van schuldvordering, soms ook novatie of schuldvernieuwing genoemd. Wettelijk mag een klant zich trouwens niet verzetten tegen een dergelijke overdracht, aldus Xavier Corman. Vanuit het standpunt van de belastingen is er dus geen directe impact, bronheffing of andere.

Ondernemingen hebben geen verplichting om hun bankiers op de hoogte te brengen dat ze aan deze marktplaats deelnemen. Bestaande kredietlijnen hoeven er dus niet onder te lijden.

Testversie

De testversie van het platform werd onlangs gelanceerd, met een beperkt aantal uitgenodigde deelnemers. Xavier Corman en David Van Der Looven wensen nu verder het aantal ondernemingen en investeerders te verhogen, zodat de marktplaats meer spelers krijgt en de volledige werking ten gronde uitgetest en geoptimaliseerd kan worden.

Twee ondernemers

Xavier Corman is parttime CFO bij Responsoris. Als entrepreneur heeft Corman de afgelopen vijftien jaar verschillende ondernemingen in de media en detailhandel opgestart en beheerd. Vandaag werkt hij als externe manager in bedrijven en organisaties.

David Van Der Looven is head of Investor Relations bij uFund, de voormalige Motion Investment Group, Belgische tax shelter voor de binnenlandse filmindustrie. Voorheen werkte hij o.a. in de verzekeringssector.

Martin van Wunnik – FD Magazine n°73, 2013

Afbeelding: Xavier Corman – © GF

5 Tips voor een vlotte ERP-implementatie

BIMAC ERP Day 2013

BIMAC ERP Day 2013

Weinig veranderingsprojecten zorgen voor zoveel frustratie. Hoe komt dat? Martin van Wunnik zet een paar mythes op een rij die veel verklaren.

Valkuil 1: Planning is alles

De complexiteit van een ERP-implementatie en de vaak onderschatte organisatorische impact ervan op alle geledingen van het bedrijf zetten een vooropgestelde planning vaak onder sterke druk.

De oplossing: werken met een positieve en negatieve planning, en het ‘switch’-moment definiëren om over te stappen. Boeteclausules met de softwareleverancier worden het best ook in termen van extra beschikbare mankracht of gegarandeerde ingekorte responstijd uitgedrukt, naast de zuiver monetaire vertaling.

Valkuil 2: De beste leidt het project

Een wederkerend element in de planningsproblematiek is de aanstelling van de projectleider. Vaak wordt de ‘meest competente’ persoon aangewezen. Maar dat is per definitie iemand met weinig tijd. Een denkpiste: geef die persoon enkel een adviserende rol binnen het projectteam, waardoor hij ontlast wordt van de klassieke en tijdrovende projectmatige ‘overhead’, zoals rapporten maken, meetings organiseren, samenvatten en verdedigen.

Valkuil 3: Luchtkastelen

Die adviserende rol zet bovendien een rem op het bouwen van functionele ‘luchtkastelen’: sommige softwareleveranciers of projectteams bedenken onrealistische of onnodige functionaliteiten voor de nieuwe ERP. Met zijn kennis en ervaring werkt de senior user dan al vroeg in het traject als validerend klankbord.

Valkuil 4: Documentatie

Heel vaak is de documentatie van de nieuwe software onvolledig of onbruikbaar in de aangeleverde basisvorm. Wil men echt dat gebruikers een volledige handleiding of lijvig pdf-bestand moeten doorworstelen om een antwoord te vinden op hun specifieke, bedrijfsgerelateerde vraag? Nee, in combinatie met de standaardhandleidingen is een beknopte documentatie op maat sterk aan te raden. Maak dan ook tijd en budget vrij om die tijdens – en vooral na – de oplevering te (laten) opstellen.

Valkuil 5: De nieuwe software wérkt

De nieuwe software zal niet direct, perfect of voor 100 procent werken. Kleine of grote bugs zullen opduiken, verkeerde parameters zullen ingesteld zijn door fouten, onkunde, te weinig testfases of simpelweg een gebrek aan kennis. Let vooral op het grote gevaar van de creatie van parallelle werelden in Excel door de eindgebruikers, door een te groot wantrouwen in het nieuwe systeem. Zorg daarom op voorhand voor concrete responstijden en extra resources met de softwareleverancier, al dan niet aangevuld met bijkomende en beschikbare interne mankracht. 

Martin van Wunnik, FD Magazine n° 78, oktober 2013

BI versus big data?

DSC02216BI versus big data?

We staan even stil bij de verhouding tussen de ondertussen ingeburgerde business intelligence (BI) en deze opkomende big-datatrend. Zal BI nog pertinent en bruikbaar zijn, of staat de big-databeweging enkel voor een grotere omvang van data waarop de klassieke BI-tools losgelaten worden?

Ondanks het concept van de self-service BI aangeboden door sommige BI-tools, vraagt een klassieke BI-oplossing meestal het op voorhand definiëren van de gewenste ‘metrics’ en hun structuur door technische medewerkers, intern of extern. Dat is dan bepalend voor de filters, de wijze en periodiciteit waarop de gegevens opgeladen worden in aparte ‘gegevensmagazijnen’.

Die achteraf bijwerken is mogelijk, maar vergt vaak serieuze inspanningen. Denk daarbij aan het toevoegen van een bijkomende metric, de wens om de historisch gerelateerde gegevens van een nieuw gedefinieerde metric op te zoeken of de impact van slow-moving variables (commissieberekeningen op historische klantenstatistieken bij een gewijzigde verkoopverantwoordelijke).

Bij een big-dataproject wordt de enorme berg aan gegevens opgesplitst in kleinere, verteerbare informatiebrokken, oftewel map-reduced. Op elk daarvan wordt dan parallelle rekenkracht losgelaten, geen sequentiële, waarna het systeem automatisch alles terug tot één geheel brengt om verbanden en bepalende factoren te vinden. Per definitie verwijdert een big-data-aanpak nooit gegevens. Historische opzoekingen op een nieuw bedachte metric zijn dus altijd mogelijk met een minimum aan inspanningen.

Op termijn gaan we vermoedelijk naar een integratie van the best of both worlds. Langs één kant zullen de logica en aanpak van BI gewijzigd worden om welbepaalde waardevolle elementen van de big-datamethodiek (open source, MapReduced) te integreren. Aan de andere kant, om te kunnen doordringen tot de werkplek van de CFO, zal big data absoluut het gebruikersgemak, de flexibiliteit en business-to-businessomgeving van de huidige BI aanpak deels moeten overnemen.

Martin van Wunnik, FD Magazine n° 77, september 2013

http://www.slideshare.net/MvanWunnik/bi-vsbig-data

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.